Goede hulpmiddelenzorg

Het Generiek Kwaliteitskader Hulpmiddelenzorg beschrijft wat goede hulpmiddelenzorg voor thuiswonende cliënten inhoudt. Uitgangspunt: iedere verzekerde die daar recht op heeft, moet – binnen de reikwijdte van de zorgplicht – een hulpmiddel krijgen dat het beste past bij zijn of haar persoonlijke situatie. Het Kwaliteitskader beschrijft hoe dat proces hoort te verlopen. De zorgvraag van de cliënt weegt daarbij zwaar.

Het Kwaliteitskader gaat alleen over hulpmiddelen in de thuissituatie, zoals opgenomen in de Zorgverzekeringswet (Zvw). In juli 2017 is het Kwaliteitskader door de Patiëntenfederatie Nederland aangeboden aan het Register van het Zorginstituut.

Voor wie is het Kwaliteitskader bedoeld?

Het Kwaliteitskader is bedoeld voor thuiswonende cliënten, zorgprofessionals, zorgverzekeraars, leveranciers en fabrikanten.

Wat vind je in het Kwaliteitskader?

Een door het veld gedragen Kwaliteitskader biedt duidelijkheid over de uitgangspunten van goede hulpmiddelenzorg. Het helpt partijen afspraken te maken over taken en verantwoordelijkheden in verschillende samenwerkingsverbanden. Bovendien biedt het handvatten voor het ontwikkelen van kwaliteitsstandaarden voor specifieke categorieën hulpmiddelen, met als doel:

  • De kwaliteit van de hulpmiddelenzorg in de thuissituatie voor de cliënt eenduidig, transparant en aantoonbaar verbeteren.
  • Beschrijven hoe de keuze voor het juiste hulpmiddel tot stand hoort te komen: passend bij het functioneringsprobleem of de behandeling van de cliënt en afgestemd op zijn of haar behoefte.
  • Zorgen voor een brede keuze tegen een goede kwaliteit en aanvaardbare kosten (doelmatigheid).
  • Dienen als leidraad voor het toezicht op de invulling van de zorgplicht zoals bedoeld in de Zorgverzekeringswet (Zvw).
  • Eenduidige taal hanteren.

Hoe kom je tot goede hulpmiddelenzorg?

Het schema hieronder laat zien welke stappen nodig zijn om een goede keuze te maken en welke rollen en verantwoordelijkheden daarbij komen kijken.

De zorgvraag van de cliënt weegt zwaar bij die keuze. Het stappenplan is gebaseerd op de Procesbeschrijving Hulpmiddelenzorg van Nictiz en De RIFA (Richtlijnen voor Functiegerichte Aanspraak hulpmiddelen) Basisrichtlijn voor hulpmiddelenzorg. Lees meer over dit stappenplan in het Generiek Kwaliteitskader Hulpmiddelenzorg.

Functioneringsgericht voorschrijven

Een belangrijk uitgangspunt van de kwaliteitsstandaard is het functioneringsgericht voorschrijven. Dit houdt in dat bij de keuze van een hulpmiddel rekening gehouden wordt met de problemen in het functioneren van de verzekerde. Zijn of haar perspectief en leefomstandigheden staan centraal. Zo kan iemand met kinderen en een lichamelijk zware baan andere behoeften hebben dan iemand die minder actief is.

Het Generieke Kwaliteitskader gaat uit van de drie perspectieven uit de International Classification of Functioning, Disability and Health 5 (ICF5) om het functioneren van mensen te beschrijven:

  • De stoornissen van de cliënt: afwijkingen in of verlies van functies of anatomische eigenschappen.
  • De beperkingen van de cliënt: moeilijkheden die iemand heeft met het uitvoeren van bepaalde activiteiten zoals zitten, schoonmaken of boodschappen doen.
  • De participatieproblemen van de cliënt: problemen in deelname aan het maatschappelijk leven, mobiliteit, zelfverzorging, huishouden, interacties en relaties.

De zorgprofessional benoemt samen met de cliënt wat hij of zij wil, kan en mag en wat hij of zij van het hulpmiddel verwacht: Human Related Intended Use (HRIU). Vervolgens maken zij de koppeling met wat het hulpmiddel hem kan bieden: Product Related Intended Use (PRIU).

Keuze van het merk en type hulpmiddel

Als de functionele eisen voor het hulpmiddel zijn opgesteld en is bepaald welke hulpmiddelen hieraan voldoen, kunnen merk en type worden bepaald. Door wie en de wijze waarop dit gebeurt, verschilt per hulpmiddel en wordt daarom uitgewerkt in specifieke modules.

De zorgverzekeraar houdt er bij de contractering van leveranciers rekening mee dat er voor de cliënt keuze is uit een voldoende breed aanbod per productcategorie. Met andere woorden: keuze uit meerdere hulpmiddelen met dezelfde functionaliteiten.

De tekst op deze pagina is gebaseerd op het Generiek Kwaliteitskader Hulpmiddelenzorg.

Hoe en met wie organiseren we goede hulpmiddelenzorg?

Om de kwaliteit van de hulpmiddelenzorg te verbeteren werken partijen samen onder andere in de verschillende platforms, het Bestuurlijk Overleg Hulpmiddelenzorg en de Kennisgemeenschap Hulpmiddelenzorg.

Platforms

Op dit moment zijn vijf platforms actief: continentie, stoma, bloedglucosemeting, prothesen en compressie. In de platforms werken het ministerie van VWS, patiëntenorganisaties, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, leveranciers en fabrikanten samen aan het verbeteren van de hulpmiddelenzorg.

Lees meer over de Platforms.

Bestuurlijk Overleg Hulpmiddelenzorg

Het Bestuurlijk Overleg Hulpmiddelen (BOH) bestaat uit alle partijen die te maken hebben met de extramurale hulpmiddelenzorg die onder de Zvw valt: patiëntenorganisaties, zorgaanbieders , zorgverzekeraars, leveranciers, fabrikanten, toezichthouders en voorzitters van de platforms.

Het BOH is opgericht om afspraken te maken die de kwaliteit van hulpmiddelenzorg eenduidig, transparant en aantoonbaar verbetert. Het BOH stelt (geactualiseerde) modules vast op basis van het Generiek Kwaliteitskader Hulpmiddelenzorg en neemt besluiten over algemene beleidszaken rond hulpmiddelenzorg.

Het voorzitterschap en de secretariële ondersteuning ligt bij het Ministerie van VWS. Partijen die naast VWS deel uitmaken van het BOH:

  • Patiëntenorganisaties
  • Zorgaanbieders
  • Zorgverzekeraars
  • Leveranciers
  • Fabrikanten
  • Toezichthouders
  • Zorginstituut Nederland
  • Voorzitters van de platforms

Kennisgemeenschap Hulpmiddelenzorg

De partijen delen hun ervaringen en kennis onderling om van elkaar te leren en zaken beter op te pakken. Door samen te werken op deelgebieden, kennis te delen tijdens themabijeenkomsten, implementaties samen op te pakken, knelpunten te delen en gezamenlijk te agenderen, is een netwerk ontstaan dat wij Kennisgemeenschap Hulpmiddelenzorg hebben genoemd. De Kennisgemeenschap staat ook open voor andere initiatieven die zich met kwaliteitsstandaarden in de hulpmiddelenzorg bezighouden.

Lees meer over de Kennisgemeenschap.

Onderzoeksprogramma ZonMw

ZonMw heeft het onderzoeksprogramma Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg om de kwaliteit en de doelmatigheid van de hulpmiddelenzorg te verbeteren.

Lees meer over het onderzoeksprogramma van ZonMw.

Tijdlijn

2015: In 2015 waren Kamervragen en signalen van knelpunten over de keuze en kwaliteit bij het leveren van de juiste hulpmiddelen voor het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) aanleiding om ZonMw onderzoek te laten doen naar de kwaliteit van hulpmiddelenzorg.

2015: ZonMw heefteen uitgebreide verkenning gehouden. Aanbevelingen uit dit onderzoek:

  • Stimuleer de ontwikkeling en implementatie van richtlijnen.
  • Versterk de positie van de gebruiker.
  • Bevorder meer onderzoek o.a. naar innovatie, doelmatigheid en meerwaarde van hulpmiddelen.

2016: Op basis van de uitkomsten van het onderzoek van ZonMw heeft Minister Schippers (VWS) in 2016 het Bestuurlijk Overleg Hulpmiddelen geformeerd met als doel kwaliteit voor gebruikers merkbaar verbeteren.

2016: Het BOH (Bestuurlijk Overleg Hulpmiddelen) heeft drie werkgroepen (later platforms) geformeerd ten behoeve van Kwaliteitsverbetering van Diabetes-, Continentie- en Stoma hulpmiddelenzorg.

2017: Werkgroepen leggen met ondersteuning van Zorginstituut Nederland en onder leiding van een onafhankelijk voorzitter (aangesteld door VWS) afspraken vast. Het eerste resultaat is de publicatie van het groeidocument Generiek Kwaliteitskader Hulpmiddelenzorg. Dit document beschrijft generieke uitgangspunten voor de hulpmiddelenzorg voor thuissituaties zoals opgenomen in Zorgverzekeringswet (Zvw) Daarnaast worden de Module Continentie Hulpmiddelenzorg, Module Stoma Hulpmiddelenzorg en het Consensusdocument Bloedglucosemeting aangeboden aan het Zorginsituut.

Medio 2017: De platforms Continentie, Stoma en Diabetes starten met de implementatie van de kwaliteitsstandaarden. Onderdeel van de implementatie zijn onder meer de scholing van professionals, de informatievoorziening naar patiënten toe, digitalisering van protocollen, en de ontwikkeling van indicatoren. Daarnaast moeten de platforms erop toezien dat de kwaliteitsstandaarden actueel blijven.

Jan 2018: Vilans start met de ondersteuning van de drie platforms, en de kennisgemeenschap Hulpmiddelenzorg.

Juni 2018: Het eerste Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg vindt plaats in ’t Spant in Bussum. De minister lanceert de Keuzehulp Bloedglucosemeters.

Zomer 2018: Rond de zomer van 2018 heeft VWS besloten wat de twee nieuwe platforms zullen zijn – Prothesen en Compressiehulpmiddelen

Najaar 2018: De twee nieuwe platforms Prothesen en Compressie worden geformeerd onder leiding van een onafhankelijk voorzitter, en er wordt gestart met het opstellen van een kwaliteitsstandaard met behulp van de AQUA-richtlijn.

Platforms

Op dit moment zijn vijf platforms actief: continentie, stoma, bloedglucosemeting, prothesen en compressie. In de platforms werken het ministerie van VWS, patiëntenorganisaties, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, leveranciers en fabrikanten samen aan het verbeteren van de hulpmiddelenzorg.

De Platforms hebben een onafhankelijke voorzitter en worden ondersteund door Vilans. Het ministerie van VWS is als waarnemer betrokken bij nieuwe platforms. De samenstelling van nieuwe platforms wordt door VWS in overleg met het veld bepaald. Bij de selectie van nieuwe platforms zal de Patiëntenfederatie Nederland, als eigenaar van het Generieke Kader, worden betrokken.

Als de platforms afspraken hebben gemaakt (bijvoorbeeld over een kwaliteitsstandaard) en de ontwikkelingsfase is afgesloten, gaan ze over naar de implementatie- en beheerfase, zoals de platforms Continentie, Stoma en Bloedglucosemeting.