Kwaliteitsstandaard lost knelpunten prothesezorg op

Publicatiedatum: 23 februari 2021

Onlangs is de ‘Kwaliteitsstandaard prothesezorg voor arm- en beenprothesen’ goedgekeurd door het Zorginstituut (ZIN) en opgenomen in het openbaar Register.

Onlangs is de ‘Kwaliteitsstandaard prothesezorg voor arm- en beenprothesen’ goedgekeurd door het Zorginstituut (ZIN) en opgenomen in het openbaar Register. Dat is een grote stap in het oplossen van een aantal knelpunten in de prothesezorg. Voorzitter Ronald Gorter, lid Rob Smit Duijzentkunst van patiëntenorganisatie KorterMaarKrachtig en orthopedisch technoloog Jeroen Olsman van NBOT (Nederlandse Beroepsvereniging Orthopedisch Technologen) leggen uit wat het betekent voor mensen met een arm- of beenprothese.

In een periode van ongeveer twee jaar werkte het Platform Prothesezorg aan de nieuwe kwaliteitsstandaard. ‘Dat platform bestaat uit de verschillende partijen binnen de prothesezorg’, zegt Gorter. ‘Dat zijn de patiëntenvereniging, zorgprofessionals, beroepsgroepen, leveranciers, zorgverzekeraars en ikzelf als onpartijdige voorzitter. Wat we gezamenlijk hebben gedaan is vastleggen waar goede prothesezorg aan moet voldoen. Dit is mede gebaseerd op bestaande behandelrichtlijnen en protocollen voor arm- en beenprothesen. Zo is voor iedere zorgaanbieder en cliënt duidelijk wat de te doorlopen processtappen zijn en worden deze nu ook goed geborgd. Nu dit door het ZIN is aangenomen, is het nog net geen wet maar het scheelt niet veel. De genoemde partijen committeren zich nadrukkelijk aan de gemaakte afspraken in deze standaard.’

Transparante keuze

Een onderdeel van goede prothesezorg is bijvoorbeeld dat mensen door middel van een transparant proces een keuze moeten kunnen maken uit de verschillende protheses en prothesecomponenten die er zijn. ‘Dat is nu nog lang niet altijd mogelijk’, zegt Smit Duijzentkunst. Hij is namens de patiëntenvereniging lid van het Platform Prothesezorg en draagt zelf een beenprothese. ‘Toen ik zelf een prothese kreeg, kwam ik terecht bij een mij bekende orthopedisch instrumentmaker, die tegenwoordig orthopedisch technoloog heet. Hij zei: “Ik weet wel wat jij nodig hebt. Ik ga naar een beurs en zoek iets goeds voor je uit.” Dat heeft prima uitgepakt, want ik loop daar nog altijd op. Maar ik had toen totaal geen benul van waaruit ik kon kiezen of wat voor verschillende opties er zijn.”

Wat zijn de wensen van de cliënt?

Volgens Smit Duijzentkunst gaat de nieuwe module vooral over de mogelijkheid om goed af te stemmen op de wensen van de cliënt. ‘Wat je uiteindelijk wil, is een goed gesprek met de zorgverleners over wat je wilt kunnen doen in je leven met een prothese. Er zijn extreem geavanceerde knieën, die computergestuurd zijn bijvoorbeeld, maar die zijn niet per se nodig als je gewoon naar de supermarkt om de hoek wilt kunnen blijven lopen. Ik wilde kunnen blijven lopen, fietsen en autorijden. Voor wat harder lopen, heb je een specifieke voet nodig waarmee je je goed kunt afzetten. Op basis van die wensen kom je samen met de professionals tot het juiste hulpmiddel en de juiste protheseonderdelen. En voor de goede orde, dat hoeft lang niet altijd de duurste optie te zijn.’

Het belang van een kwaliteitsstandaard

Een van de belangrijkste opbrengsten van het hebben van een kwaliteitsstandaard, is volgens Jeroen Olsman de eenheid van taal. Olsman vertegenwoordigt de orthopedisch technologen in het platform. ‘Als we het als zorgaanbieders hebben over een probeerfase of een proefprothese, dan moet dat in Groningen hetzelfde betekenen als in Maastricht. Door het hele proces van A tot Z te beschrijven van signaleren tot en met het evalueren van de protheseverstrekking, brengen we daar uniformiteit in aan. Dat zorgt ervoor dat er geen sprake meer kan zijn van spraakverwarring of een te groot verschil in werkwijzen. En dat is grote winst, óók voor de cliënt.’

Versie speciaal voor cliënten

Naast transparantie zijn nog veel meer zaken opgevangen in de nieuwe kwaliteitsstandaard, zoals doelmatigheid. ‘Maar dat betekent niet, dat het werk er nu op zit’, zegt Gorter. ‘Nu is het zaak om met alle partijen ook door te zetten en de standaard ook echt in de praktijk uit te voeren en te verfijnen.’ Smit Duijzentkunst vult aan dat hij daarom werkt aan een cliëntenversie van de kwaliteitsstandaard. ‘Zodat cliënten goed op de hoogte zijn. Maar als ik de revalidatiezorg als sector een beetje ken, weet ik dat we gezamenlijk een grote kwaliteitsslag gaan maken.’